Nog Één Dag Thuis


Leestijd: 3 minuten

Vrijdag! Bij het idee aan het naderende weekend kromp ik ineen. Ik voelde een soort van druk dat er vandaag schot in de zaak moest komen; bang dat er in het weekend niet veel zou gebeuren. Daarnaast voelde ik ook de twijfel. Was ik wel realistisch? Moest ik echt opgenomen worden? Als mijn ouders me hielpen met opruimen, zou ik het dan thuis niet gewoon zelf kunnen redden?

Toen ik dertig minuten later kreunend en steunend terug op bed plofte na een bezoek aan het toilet, rook ik m’n eigen zweet. Ik wou heel graag douchen, maar besefte me dat ik dat niet alleen kon. Een tuinstoel onder de douche vond ik eng en stel dat ik uit zou glijden op mijn ene goede been? Nee, mezelf douchen ging niet. Dan maar een beetje wassen aan de wastafel, maar dit had niet het verfrissende effect waar ik op gehoopt had. Hoe deden anderen in dezelfde situatie dit?

Ik moest denken aan de wijkverpleging. Die hielpen toch mensen in dit soort situaties? Ik zette mijn zinnen op een bezoek van de wijkverpleegkundige uit mijn buurt. Die kon dan een onafhankelijk en realistisch oordeel geven over mijn situatie en me misschien ook helpen met douchen. Ik had verwacht dat dit lastig te regelen zou zijn, maar binnen een paar uur kreeg ik bezoek van een aardige mevrouw. Zij hoorde niet alleen mijn verhaal aan, maar versnelde ook het proces van een crisisopname met haar oordeel dat alleen thuis wonen in mijn situatie absoluut onverantwoordelijk was.

Toen ging alles ineens heel snel. Binnen een paar uur kreeg ik een bevestiging dat ik diezelfde avond opgenomen kon worden in een verpleeghuis aan de andere kant van de stad. Dit stelde ik zelf een nachtje uit, omdat ik er alleen niet in slaagde mijn koffer in te pakken. Bovendien, nog een dagje niet douchen, in de puinhoop leven en slapen in een bed met gipsresten zou me vast geen kwaad doen. Er was ook nog de psychologische kant van het verhaal. Ik wou niet het gevoel hebben mijn huis uitgejaagd te worden. Als ik dan voor een aantal weken of misschien zelfs maanden opgenomen zou worden, wou ik in elk geval waardig mijn huisje verlaten.

Ik had een soort licht gevoel in mijn hoofd. Bewust je leven afbouwen is niet leuk en ik zou mijn huis, mijn hond, mijn spullen, mijn bank, mijn bed, maar vooral mijn vrijheid gaan missen. En dat alles door zo’n kleine val op een trap. Ergens vond ik het fascinerend hoe er een soort van overlevingsmekanisme bij mij in werking trad. Ik had het gevoel dat er een last van mijn schouders viel. Aan de andere kant deed het pijn om mijn leven zo bewust tot stilstand te laten komen en alles uit handen te geven.

Het werd opnieuw avond. Ik at mijn maaltijdsalade tussen de bende van mijn huishouden op de bank. Dit keer geen gevoelens van eenzaamheid en genegenheid, maar van daadkracht en optimisme. Ik had weliswaar mijn enkel gebroken, maar ik zou hulp krijgen en er weer bovenop komen. Uit pure vreugde at ik de laatste zak chips uit de voorraadkast en mijn koektrommel leeg. Zonde om te laten liggen, dacht ik bij mezelf terwijl ik het ene koekje na het andere in mijn mond stopte. Ik durfde voorzichtig weer naar de toekomst te kijken. Ik zou voor een tijdje als 29-jarige in een verpleeghuis tussen ouderen gaan wonen en ergens… was ik gewoon super nieuwsgierig naar dit volgende avontuur. Bij dit idee kreeg ik langzaam een glimlach op mijn gezicht en ik besloot vooral te gaan kijken naar de positieve kanten van het avontuur dat zou komen.