De Opname


Leestijd: 4 minuten

Met moeite tilde ik mijn zware gipsbeen over de rand van mijn bed. Ik had overal spierpijn. Ik kwam even op adem, pakte mijn rolstoel die ik de dag ervoor gekregen had en hees mezelf vanuit mijn bed de stoel in. Dit alles op één been, er goed rekening mee houdend dat mijn gebroken been geen ongewenst contact maakte met de deur, het bed of de rolstoel. Gelukkig was dit de laatste keer, hoopte ik.

Vandaag zou ik namelijk opgenomen worden. Ik besloot mijn best te doen om enigszins fris te zijn door me te wassen en scheren aan de wastafel. Onhandig voorovergebogen krapte ik de stoppels die inmiddels geen stoppels meer waren van mijn gezicht, waste me zo goed en zo kwaad als dat ging met een washandje, poetste mijn tanden en deed mijn haar. Daarna achteruit terug de slaapkamer in om een broek en shirt aan te trekken, naar het toilet en door naar de bank. Ik was hier een uur mee bezig en was nu al buiten adem en bezweet. Die opfrisbeurt aan de wastafel had z’n effect alweer verloren.

Ik was aan het wachten op een goede vriendin van mij, diegene die me ook samen met haar vriend uit Tilburg was komen redden. Zij zou Jane meenemen en me helpen met het inpakken van mijn koffer. Toen ze door de voordeur kwam rende Jane blij naar me toe. Ik voelde dat ze warm was en besefte me dat ik de laatste paar dagen helemaal geen idee had van het weer buiten. Ik verheugde me er eigenlijk enorm op om naar buiten te gaan; het maakte me niet uit waarheen. Ik wou gewoon de zon voelen.

Ze had heel lief een broodje voor ons meegenomen en voor mij een sapje. Voor zichzelf was ze dat vergeten mee te nemen. Ze deed zich te goed aan de frisdrank uit de koelkast. Ze schonk die in een koffiekopje, omdat er geen schoon glas meer te bekennen was. Afwassen was er de laatste dagen niet van gekomen. We kletste wat, ik knuffelde wat met Jane en daarna gingen we… ging zij aan de slag.

Ik gaf mijn bezoek aanwijzingen. In de inbouwkast links van de badkamerdeur ligt dit, in de rechter inbouwkast ligt dat, in de bovenste la van het nachtkastje ligt zus en de oplader van mijn telefoon achter het nachtkastje moest natuurlijk ook mee. Ik zat rustig op de bank tussen de bende terwijl mijn koffer werd ingepakt. Ik was over mijn gevoel van schaamte heen. Het was immers zoals het was en op deze manier ging het met minder energie.

Nog geen uur later waren mijn koffer en mijn tas ingepakt en gingen we naar buiten. Mijn bezoek sloot de deur af en ergens voelde ik een brok in mijn keel. Hoewel ik mijn huis morgen weer zou zien om op te ruimen met mijn ouders, voelde dit toch als een soort afscheid. Ik had geen idee hoe het zou zijn op de plek waar ik heen ging, wie er zouden wonen, hoe de sfeer er zou zijn of hoe mijn leven er daar uit zou gaan zien. Ik moest slikken, maar bedacht me dat ik me zou concentreren op de nieuwe ervaringen die ik op zou doen. Ik zou over een paar minuten voor het eerst, met rolstoel en al, vervoerd gaan worden in een rolstoeltaxi.

En daar stond ik dan, met mijn rolkoffer, krukken, tas en rolstoel. Het afscheid was snel, om Jane maar niet afgeleid te laten raken door de taxi en het zo gewoon mogelijk te laten lijken. Niet veel later kwam de taxi en werd ik met rolstoel en al achterin gestopt. Ik vertelde de chauffeur dat het mijn eerste keer was, maar het leek hem nauwelijks te interesseren. Langzaam draaide de rolstoelbus mijn straat uit. Ik had moeite om mijn gedachten te verzetten.

Ik bevond me in de entree van het verpleeghuis. Nog steeds met diezelfde krukken, tas, rolkoffer en mijn rolstoel. Een aardige mevrouw kwam me ophalen en bracht me met de lift naar boven. We reden rechtstreeks naar wat blijkbaar mijn kamer zou worden. Nummer 219, maar dat ontdekte ik pas later. De aardige mevrouw vertelde me wat over het verpleeghuis, de afdeling, de bewoners en de dagindeling. Het maakte allemaal een vreemde indruk op mij en ik vroeg me oprecht af of ik hier wel mijn draai zou kunnen vinden.

Tijd voor de lunch. We aten Nasi. Mijn eerste behoorlijke en warme maaltijd sinds die pizza, drie dagen eerder. Ik genoot en kwam een beetje tot rust. Aan tafel werd weinig of helemaal niet gepraat. Ik zou snel leren dat dit normaal is voor deze plek, maar ik at in het bijzijn van andere mensen. De nasi was erg lekker.

Na de lunch ben ik op bed gaan liggen en dacht terug aan de laatste uren en dagen. Ik was moe. Ik had het gevoel dat mijn leven volledig tot stilstand gekomen was. Ergens ver in de verte wist ik op dat moment natuurlijk dat dit beter was dan alleen thuis blijven wonen, maar het deed van binnen veel pijn. Het meest belangrijke besef kwam een paar seconde later: wat zou dit een enorme ontlasting zijn voor mijn sociale netwerk. De tijd die ze nu in me gaan/willen/zullen steken kunnen we gebruiken om dingen te doen waar we allemaal blij van worden. Want de zorg ligt in handen van mezelf en mensen die daar voor betaald worden. Uitgeput viel ik eindelijk in slaap.

1 Comments

  • Edith (#)
    juli 16th, 2019

    Je schrijft heel beeldend. Ook alle emoties zijn voelbaar. Sterkte kerel